|
Zoals een kangoeroe zijn jong in de buidel meedraagt, wonen jong en
oud bij mekaar in een kangoeroewoning, niet naast mekaar. Tenminste:
twee gezinnen hebben hun eigen nestje en doen wat ze willen, maar
kunnen wel op mekaar rekenen waar nodig. Voor heel wat gezinnen biedt
deze woontypologie een elegant antwoord op twee bekende fenomenen. Ten
eerste zijn er de jonge gezinnen die tijdens hun zoektocht naar een
eigen nestje maar al te vaak met haast exuberante grondprijzen
geconfronteerd worden. Daarnaast is er de vergrijzing. Ouderen blijven
graag zo lang mogelijk thuis: veilig, zelfstandig en in contact met
hun vertrouwde omgeving.
Het boek begint met het verhaal van drie families. Bruno en Pascale
wilden graag bouwen in de buurt van de ouders van Bruno in Emblem
(Ranst). Tom en Nynke waren hard op zoek naar een eigen plekje in
Sinaai (Sint-Niklaas), het dorpje waar ze allebei opgegroeid zijn.
Diane Van Parys woonde naast haar dochter in een huis met heel veel
trappen, ze wilde liever alles gelijkvloers. Bruno en Pascale, het
gezin Degroof, woont nu al enkele jaren in een kangoeroewoning. Tom en
Nynke zijn aan het bouwen op het dak van Nynke’s ouders. Mevrouw Van
Parys bouwde een volledig nieuw huis voor twee gezinnen.
“Kangoeroewonen: een mens- en budgetvriendelijk” woonidee start met
hun verhaal: het wikken en wegen, struikelblokken en meevallers.
De kangoeroewoning vertrekt vanuit een heel andere visie op
architectuur. Hier is wonen meer dan alleen voor zichzelf zorgen.
Zonder in te boeten op comfort bouwen de jonge gezinnen een betaalbare
woonst. Op het gelijkvloers woont een ouder “gezin”. Kangoeroewonen
kan perfect in nieuwbouw, maar meestal wordt een oudere woning
verbouwd. De ouderen hebben op dat moment de kans hun woning te
voorzien op de toekomst. Gelukkig moet niet alles afhangen van het
creatief brein van één architect en is er al heel wat veldwerk
verricht. Zo heeft Hubert Froyen (Hogeschool Limburg) het over
“Universal Design”. Hij citeert in zijn visie graag de Britse
professor Jim Sandhu: we moeten veeleer “toegankelijke,
multifunctionele toiletten” maken en stoppen met “gehandicapten
toiletten” te maken. Dat er exclusieve vormen voor exclusieve
doelgroepen ontworpen worden, vindt hij een ongezonde benadering. Een
elegantere oplossing is het als je ontwerpt voor een zo breed
mogelijke groep mensen. Concreet geeft het PWO (Platform Wonen van
Ouderen) enkele duidelijke tips voor levenslang of aanpasbaar wonen.
Zij vertrekken vanuit het idee van de basiswoning voor ouderen: alle
belangrijke ruimtes moeten op het gelijkvloers zijn of kunnen komen.
Behalve enkele richtlijnen die vooruitblikken naar eventuele
toekomstige ongemakken, zijn er ook ideeën die het leven voor iedereen
aangenamer maken. Een eenvoudig voorbeeld is hier dat alle
stopcontacten die gebruikt worden niet te laag bij de grond zitten. Zo
moet je niet telkens bukken als je pakweg een strijkijzer insteekt.
De grote hamvraag bij stedenbouw lijkt of een kangoeroewoning een
ééngezins- of meergezinswoning is. De antwoorden lopen uiteen.
Sommigen vinden het evident een meergezinswoning, anderen – onder
andere de minister van Ruimtelijke Ordening – vinden het net zo
evident dat dit een ééngezinswoning blijft. Het onderscheid heeft
belangrijke consequenties. Gezinnen die voor een ééngezinswoning
kiezen, zijn veel meer met elkaar verbonden. Een meergezinswoning mag
dan weer niet overal en een bestemming is niet altijd even snel
gewijzigd.
Dat de gemeentes een heel groot beslissingsrecht hebben over wat kan
en wat niet, heeft ongetwijfeld heel wat voordelen. Een nadeel is
weliswaar dat ze niet snel genoeg vertrouwd raken met nieuwe,
toekomstgerichte woontypes. Maar gestaag komt daar verandering in.
Hier en daar is de term “meergeneratiewoning” zelfs al opgenomen in de
bouwvoorschriften.
Kangoeroewonen is budgetvriendelijk dankzij de kostendeling. Op welke
manier dat wordt ingevuld, is wellicht voor iedereen verschillend.
Sommigen vinden in de eerste plaats betaalbare bouwgrond, anderen
delen álle rekeningen gewoon door twee. Maar is die kostendeling wel
echt ideaal? Want hoe reageert de bank daarop? Heel wat banken bieden
op dit moment woonkredieten aan uiterst voordelige voorwaarden. Een
bank schiet geld voor, maar wil het ook graag terugkrijgen. Daarom
vraagt ze een waarborg: de hypotheek. En daar wringt het schoentje bij
de kangoeroewoning. De lening kan perfect op naam van het jongere
koppel en het maakt in principe ook helemaal niets uit wie
terugbetaalt. Maar als de woonst in het kadaster ingeschreven staat
als één woning, een ééngezinswoning, zullen alle eigenaars borg moeten
staan. Dat lijkt gevaarlijk, maar het mag daarbij wel gezegd dat een
uitwijzing voor de bank pas de allerlaatste oplossing is en dat negen
op de tien leningen correct worden terugbetaald.
Een oplossing zou kunnen zijn dat er een speciale regel komt voor
kangoeroewoningen waarbij de grond opgedeeld wordt in een lot A en een
lot B, elk op naam van één van de gezinnen. Op dit moment zijn er geen
fiscale bijzonderheden voor dit woontype. Het ministerie van Financiën
reageert ook heel ontwijkend als je de problematiek voorlegt. Die
opsplitsing zou in elk geval ook de bepaling van het kadastraal
inkomen (KI) voor elk van de gezinnen vergemakkelijken. Wie nu maar de
helft van de onroerende voorheffing betaalt, kan immers ook maar de
helft van zijn lening fiscaal aftrekken.
Een meevaller dan weer zouden wel eens de volledige bouwkosten kunnen
zijn. Als de ontwerper rekening houdt met de voorwaarden, kunnen veel
bouwers immers genieten van de “regel van de verbouwing”. Als het
bijgebouwde stuk in oppervlakte niet groter is dan het bestaande deel
– en het gebouw geen andere bestemming krijgt – wordt er geen 21 maar
slechts 6% BTW gerekend.
De drie gezinnen gaan de toekomst lachend tegemoet. Ze hebben een joie
de vivre om jaloers op te zijn. Grootouders verwennen hun
kleinkinderen. Ouders kunnen nog eens een reisje maken want ze betalen
zich niet blauw. En de kids ravotten in een ruime tuin. Ziet de
toekomst van de kangoeroewoning er net zo rooskleurig uit? Het is
zonder twijfel een woontype met toekomst. Maar het verhaal is nog lang
niet af. Overheden op alle niveaus zijn nog naarstig aan het werk.
Bouwers raken stilaan overtuigd.
|